Zoek
Over Wmo-Werkplaats Kenniskringen Praktijkprojecten Actueel Betrokkenen Wmo-info
Publicatiedatum: 26-03-2010

Inwoners meer betrokken

De benchmark Wmo voor gemeenten over 2008 is afgesloten met de jaarpublicatie die de deelnemende gemeenten binnenkort ontvangen. Het blijkt dat het benchmarkproces gemeenten helpt om beter zicht te krijgen op de hun Wmo-uitvoering en prestaties. De interne informatieprocessen worden steeds beter. Door het zichtbaar maken van alle gegevens voldoen de gemeenten steeds beter aan de transparantiedoelen van de Wmo.
In de benchmark 2008 heeft de gemeente Houten de hoogste score gerealiseerd. Dit betekent dat Houten zich actief inzet op alle Wmo-prestatievelden en goed zicht heeft op de uitvoering van de Wmo.

Inwoners meer betrokken bij gemeentelijk beleid Wmo
Gemeenten betrekken hun inwoners steeds meer bij de manier waarop zij de Wet maatschappelijke ontwikkeling (Wmo) uitvoeren. Dat blijkt uit de analyses van de onlangs afgesloten benchmark Wmo van SGBO. 189 Nederlandse gemeenten namen deel aan deze door de VNG gekeurmerkte benchmark.Desondanks vinden de gemeenten dat zij in totaliteit nog te weinig zicht hebben op de aard, omvang en behoeften van de verschillende Wmo-doelgroepen: mantelzorgers, vrijwilligers, cliënten, mensen uit kwetsbare doelgroepen, ouders, en de burger zonder specifieke hulpvraag. Er wordt wel intensief gewerkt aan de contacten met en informatie aan de doelgroepen.  Driekwart van de gemeenten heeft nu een breed Wmo-loket, waar men met vragen terecht kan over verscheidene Wmo-diensten. De trend is dat de Wmo-informatie deel uitmaakt van het gemeente-brede loket. In de helft van de gemeenten is dat nu het geval.

Mantelzorger ziet zichzelf vaak niet als mantelzorger
Het blijkt dat veel mensen die mantelzorg geven, zichzelf niet als zodanig beschouwen. Daarom kunnen ze moeilijk bereikt worden, waardoor het onvoldoende bekend is aan welke ondersteuning en faciliteiten de mantelzorgers behoefte hebben. In 2008 heeft 88% van de deelnemende gemeenten geprobeerd om mantelzorgers te bereiken. Kennis en registratie van de mantelzorger is nodig om te voorkomen dat hij of zij overbelast raakt. Voor zover nu bekend is, lijken mantelzorgers vooral behoefte te hebben aan financiële en materiële ondersteuning, terwijl gemeenten vooral informatie, advies en begeleiding aanbieden.
 
Meer ondersteuning voor jeugd
Ongeveer 50% van de benchmarkgemeenten heeft inzicht in het aantal vragen van burgers over opvoedondersteuning. Dit is ruim drie keer zoveel als in 2007. Ook weten de gemeenten beter hoeveel gebruik wordt gemaakt van opvoedondersteuning. In 2008 werd voor 43 op de 1000 kinderen tot 20 jaar ondersteuning geboden.
De meeste benchmarkdeelnemers werken nog aan de totstandkoming van een Centrum voor Jeugd en Gezin en verwachten dat het CJG in 2010 operationeel zal zijn. Toch menen de gemeenten al in 2009 voldoende aanbod te hebben dat past binnen de 5 preventieve functies van het jeugdbeleid.
Op nadrukkelijk aandringen van de gemeenten wordt schoolverzuim door de scholen nu beter geregistreerd en gemeld dan in het verleden, waardoor er nu meer verzuim lijkt te zijn. Er zijn over meer jaren gegevens nodig om conclusies te trekken over toe- of afname van schoolverzuim. Wel is nu al duidelijk dat voortijdig schoolverlaten minder voorkomt.
Jongeren moeten in de nabije toekomst een maatschappelijk stage vervullen. Bijna driekwart van de gemeenten (73%) zijn bezig voorbereidingen te treffen om hen te zijner tijd een stageplek te kunnen bezorgen in het vrijwilligerswerk.
Nog meer gemeenten, nl 87%, voeren al overleg over de maatschappelijke stages met de partijen die stages kunnen aanbieden.
 
Stijging uitvoeringskosten Wmo
De uitvoeringskosten voor individuele Wmo-voorzieningen zijn in 2008 gestegen van € 15 per inwoner naar € 19. Er is met name meer uitgegeven aan personeel. De gemeenten die deelnamen aan de benchmark gaven daarnaast gemiddeld € 122,- per inwoner uit aan woon- en vervoersvoorzieningen, rolstoelen en hulp bij het huishouden.
 
Minder wachtlijsten hulp bij het huishouden
De deelnemende gemeenten hebben in 2008 meer inzicht in de tijd die het kost voordat een aanvraag is afgehandeld (de doorlooptijd). Het blijkt dat de doorlooptijden in 2008 gemiddeld korter waren dan in de jaren ervoor. Cliënten kunnen nu sneller beschikken over een voorziening of hulp. Het aantal gemeenten met een wachtlijst voor hulp bij het huishouden is bovendien fors gedaald
Sinds de invoering van de Wmo maken gemeenten bij hulp bij het huishouden onderscheid tussen de eenvoudige hulp ( het huis schoonhouden) en de duurdere hulp (zoals ook de organisatie van het huishouden). Op basis hiervan zijn gemeenten in 2007 meer eenvoudige en dus goedkopere hulp gaan inzetten. Deze trend zet in 2008 door.
Meer gemeenten indiceren hulp bij het huishouden zelf, ze schakelen daarvoor steeds minder externe organisaties in. In een kwart van de benchmarkgemeenten gaat men bij elke (nieuwe) aanvraag op huisbezoek.
 
Bron: Benchmark Wmo 2008 (SGBO)
Terug
Â