Zoek
Over Wmo-Werkplaats Kenniskringen Praktijkprojecten Actueel Betrokkenen Wmo-info
Publicatiedatum: 10-06-2010

Bestuurders weten zich geen raad met de sociale sector

Anno van der Borg en Ilse van den Donker (Hogeschool Rotterdam) deden onderzoek naar de subsidieverordeningen welzijn in de G4. Hun belangrijkste constatering: “Instellingen in de sociale sector worden gemangeld tussen politieke verwachtingen en bureaucratische regelzucht.” U kunt het onderzoek nu ook zelf bestellen via ScienceGuide.

Regelzucht

De kwaliteit van het welzijnsbeleid in de vier grote steden staat onder druk. De sinds ruim 25 jaar ingezette decentralisatie van het welzijnswerk zou de samenhang, doelmatigheid en effectiviteit sterk verbeteren. Maar het tegendeel is waar; de bureaucratie en gebrek aan transparantie is groter dan ooit. De (deel)gemeenten lossen het door hun ervaren gebrek aan controle op met nog meer regels. Instellingen in de sociale sector worden daardoor steeds meer aan de bestuurlijke ketting vastgelegd.

Het middel hiervoor zijn zeer gedetailleerde subsidieverordeningen, die elke vorm van zelfstandigheid inkapselen. Anderzijds wordt van de instellingen in de geest van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) een ondernemende opstelling verwacht. Dit ondernemerschap, waarvoor ondermeer flexibiliteit en eigen vermogen nodig is, botst met de bestuurlijke regels die gericht zijn op beheersing en controle. De instellingen worden gemangeld tussen politieke verwachtingen en bureaucratische regelzucht. Dit is in essentie het beeld dat opdoemt na een analyse van alle subsidieverordeningen van de vier grote steden op het welzijnsterrein.

'Over de schouders meekijken'

De ontwikkeling van het welzijnsbeleid in de grote steden laat zich lezen als een casus over bestuurlijke vormgeving door de overheid. Door de decentralisatie is de sociale sector onder directe politieke controle terecht gekomen. In het deelgemeentelijk bestel van Amsterdam en Rotterdam kijken de bestuurders 'over de schouders van de professionals mee'. Maar ook in Utrecht en Den Haag controleren de gemeenten de welzijnsprofessionals nauwgezet. Deze controle is gegoten in subsidieverordeningen.

Subsidieregelingen komen niet uit de lucht vallen. Ze zijn op z'n minst het product van twee processen; een herdefiniëring van de verhouding tussen de lokale overheid en de sociale sector of in bredere zin het 'maatschappelijk midden'. Maar ook zijn ze het resultaat van een politieke cultuur die met als uitgangspunt van controle en beheersing invulling geeft aan de sturing van instituties in de samenleving. Na het afscheid van de verzorgingsstaat, met een specifiek oog voor de sociaal zwakkeren, is het beeld ontstaan van een terugtrekkende overheid. Maar op het gebied van sociale regulering is de overheidsmacht juist aanzienlijk toegenomen. De gedetailleerde subsidieverordeningen zijn het instrument om de sociale beheersing te realiseren.

Vleugellam

Als we de geest van de WMO volgen doemt het beeld op van een welzijnsinstelling die moet gaan opereren als maatschappelijk ondernemer. Om mee te mogen dingen in een aanbesteding moeten de instellingen beschikken over 'risicokapitaal'. Maar de mogelijkheden om een eigen vermogen op te bouwen wordt in de subsidieverordeningen zeer beperkt gehouden. Meestal is het 15%, met uitschieters naar boven van 25% en naar beneden tot 5% . Het mogen beschikken over een minimaal eigen vermogen is maar een van de beperkingen die een instelling vleugellam maakt. Uit het onderzoek komen een hele reeks regels naar voren waarop de subsidieverordeningen gebaseerd zijn.

Zo moet een begroting, om aan te sluiten bij de gemeentelijke begrotingssystematiek door de instelling bijna een jaar van tevoren worden ingeleverd. Maar een instelling wordt ook geacht flexibel te zijn en op acute problemen in te spelen. Hiervoor moeten er vrije uren zijn, nog niet begroot en ingeroosterd. De verantwoordingsinformatie wordt steeds uitvoeriger, waarvoor de instructies voor accountants flink zijn uitgebreid. Het gaat al lang niet meer om een globale toetsing. Steeds meer moet elk uur worden verantwoord, bij voorkeur in relatie met het gestelde doel en het gerealiseerde effect. Bij instellingen nemen de accountantskosten flink toe. Voor een projectsubsidie wordt zelfs steeds meer een aparte accountantsverklaring geëist. De administratieve lasten die het geheel met zich meebrengt zijn nooit goed onderzocht, maar er worden percentages genoemd tussen de tien en veertig procent.

Bij deze grote mate van controle kunnen we nog meer vraagtekens zetten als we het totale subsidiebedrag  van de vier grote steden voor welzijn in beschouwing nemen. Na een eerste inventarisatie bedraagt dit 700 miljoen euro. De kosten van het ambtenarenapparaat dat ingezet wordt voor de beleidsontwikkeling en controle is (nog) niet onderzocht.

Ilse van den Donker

Om de publicatie te bestellen klikt u hier

Bron: Schience Guide

Terug
Â