Zoek
Over Wmo-Werkplaats Kenniskringen Praktijkprojecten Actueel Betrokkenen Wmo-info
Publicatiedatum: 27-03-2011

Hoe burgerparticipatie kan groeien

Burgerparticipatie wordt te vaak gezien als een middel om bezuinigingen te halen door taken over de schutting van burgers te gooien. In Peel en Maas weten ze al vijftien jaar dat het zo niet werkt.

Steeds meer gemeenten zoeken naar manieren om de burgerij te activeren en ze mee te laten denken met de ontwikkeling van hun gemeenschap, en hier zijn nog veel lessen te leren. De gemeente Peel en Maas is al ruim vijftien jaar bezig met het model van zelfsturing om vitale gemeenschappen te laten ontstaan. Spelenderwijs komen zij steeds meer tot een gemeenschap waar de burgers eigen verantwoordelijkheid nemen en waar zelf initiatieven ontstaan. Dit is dan wel iets wat moet doorgroeien tot in de genen van de gemeenschap én de gemeente.

Het gemis aan sociale samenhang en leefbaarheid. Dat zijn de punten die Peel en Maas wil aanpakken. Als gemeente willen zij naar een betere samenleving waar iedereen een plek heeft en gelukkig kan zijn. Bij alle ontwikkelingen rondom burgerparticipatie de laatste tijd lijkt men uit het oog verloren te zijn waarom men het doet. 
 

Zelfsturing

Vanaf het moment dat er bij Peel en Maas is gekozen om het gesprek aan te gaan met de gemeenschap, hebben zij ervaren dat veel problemen waar andere gemeenten mee worstelen op het gebied van communicatie, respect en plezier hebben in je werk niet meer zijn voor gekomen. 
Ook belangrijk: het accepteren van verschillen. Hierbij moet duidelijk gekeken worden naar wat de gemeenschap zelf vindt dat ze nodig heeft. Dit betekent dus dat je een probleem beter kan delen met de gemeenschap en aan de samenleving vraagt: ‘Hoe lossen wij dit op?' 
In de gemeenschap zelf zitten genoeg intelligente mensen die prima in staat zijn om oplossingen te bedenken waar de hele gemeenschap wat aan heeft. Hiermee bereik je dat je een groter bewustzijn creëert over wat je met elkaar organiseert en krijg je een veelheid aan oplossingen terug. De burger pakt door deze houding ook veel meer initiatieven uit zichzelf op.

Houding
Burgers voelen heel goed dat ze een eigen verantwoordelijkheid hebben ten aanzien van de kwaliteit van hun eigen leefomgeving.

Wat echter vaak lastiger is, is het bestuur ervan te overtuigen dat ze zich terughoudend moeten opstellen. Dat zij ‘actief niks moeten doen’. Het bestuur moet dus leren begrijpen hoe het proces werkt en dat het belangrijker is om jezelf terughoudend op te stellend. Dat college- en raadsleden deze rol aanleren is van essentieel belang om ervoor te zorgen dat het proces van zelfsturing niet wordt verstoord.

Voor de overheid betekent het verder dat men als een heelheid en niet als afdeling, team of sector de gemeenschap tegemoet treedt. Ook moet de gemeenschap als geheel worden gezien en moet er inzicht worden verkregen in welke communicatie-patronen daar binnen bestaan en ontstaan. Het heeft ook te maken met accepteren dat de burger in staat is om zelf keuzes te maken en niet overvraagt.

Realistisch

Als je de burger zelf laat nadenken over de invulling van een bepaalde voorziening, dan komen hier vaak ook veel realistischer plannen uit voort en worden vaak ook meerdere voorzieningen bij elkaar geplaatst. Meestal ziet een dergelijke voorziening er dan ook heel anders uit dan wanneer het alleen door de gemeente is bedacht.

Dit model geeft de werking van interactief beleid versus zelfsturing in de praktijk aan.

 

 

Bij Peel en Maas zijn de activiteiten in het openbare domein gericht op zelfsturing en dialoog. Het verschil tussen zelfsturing en interactief beleid is de communicatie. Bij interactief beleid is deze resultaatgericht en bij zelfsturing wordt geprobeerd een op overeenstemming gerichte dialoog op gang te brengen. In de ontwikkelde totaalvisies van de dorpen werden niet alleen producten beschreven die de gemeenschap zelf kon realiseren (type 1 en 2) maar ook producten die door de gemeente moesten worden gerealiseerd (type 3).

Voor type 3 producten hebben de dorpen zelf dus ook een visie ontwikkeld. Dit betekent dus dat een groep burgers hier zelf over heeft nagedacht en via interactief beleid aan de slag gaat met het realiseren van een product als het hun eigen project is. Dit maakt uiteindelijk het interactieve beleid ook veel krachtiger.

Gemeenschap
De plannen van de gemeenschap worden als uitgangspunt genomen en neemt de projectleider verder alleen de kaders van de gemeente mee. Die houding is compleet anders. Er wordt aan de gemeenschap gevraagd hoe men erover na heeft gedacht, wie bij kunnen dragen aan de realisatie en hoe ze het uitgevoerd willen hebben. Dit betekent ook dat als een project niet doorgaat, de projectleider duidelijk aan geeft waarom het niet kan en wat de consequenties zijn als men er toch mee door wil gaan.

De ervaring van Peel en Maas is dat de eigen medewerkers het steeds prettiger vinden om bij de gemeenschap aan te schuiven en dat hierdoor een meer ‘relaxte’ relatie ontstaat. Dit zorgt ervoor dat zij ook in hun eigen behoeften kunnen voorzien om mensen verder te brengen. Een ander voordeel wat bij Peel en Maas is opgemerkt, is dat het aantal klachten over overlast door de uitvoering van projecten ook een stuk omlaag is gegaan. De gemeenschap heeft immers zelf de keuze gemaakt.

Achtergrond

De verschillende dorpen zetten dus zelf hun plannen tegen het licht en geven bij de gemeente aan welke toekomst zij voor ogen hebben. Dat is toch wel één van de belangrijke doelen die men bij Peel en Maas probeert te bereiken. Let wel, de gemeente is hier al vele langer mee bezig. Lees daarom hier het achtergrondartikel van Stichting StadSPOORT.

Bron: Gemeente.nu/Gemeente Peel en Maas

Terug
Â