Zoek
Over Wmo-Werkplaats Kenniskringen Praktijkprojecten Actueel Betrokkenen Wmo-info

Kennisbronnen van Sociaal Isolement naar Sociale Inclusie

Hieronder volgt een opsomming van een aantal relevante methoden en projecten, gevolgd door een aantal gemeenschappelijk gedefinieerde kernelementen ten behoeve van kenniskring 'Van Sociaal Isolement naar Sociale Inclusie'.

De Methoden zijn ontleend aan het Innovatieprogramma Welzijn Ouderen (Vilans) Dit programma heeft een beschrijving op schrift gesteld van metodieken die tot doel hebben sociale relaties tussen mensen te laten ontstaan of te versterken. Ze zijn geen van allen specifiek ontwikkeld voor kwetsbare ouderen maar wel goed in te zetten voor deze groep. In een enkel geval is de vorming van sociale relaties niet de primaire doelstelling maar is het ontstaan daarvan een vanzelfsprekend gevolg.
 
1. Schatkistmethode
De Schatkistmethode is gericht op de versterking van de sociale cohesie in een straat, buurt of wijk door aan te sluiten bij het sociale kapitaal van de bewoners. Vertrekpunt zijn niet de problemen in de wijk maar de mogelijkheden en kansen van een wijk. De Schatkistmethode is onder de naam Roombekerschat in de wijk Roombeek in Enschede geïmplementeerd. De wijk Roombeek werd getroffen door de vuurwerkramp Enschede in het jaar 2000. De implementatie is begeleid door de opbouwwerkers Ben Koenen en René van Rijn (www.dubbel.nu). Zij omschrijven hun aanpak als een synthese van de ABCD methode, de empowermentzones van Bill Clinton en de presentiemethode van Andries Baart.
 
Hoe werkt de methode?
Beroepskrachten maar ook vrijwilligers leggen huisbezoeken af. Doel van de huisbezoeken is om op zoek te gaan naar de schat van talenten en capaciteiten van de buurtbewoners. Wat kunnen zij goed of vinden zij leuk? Wat zouden zij voor hun buurt willen doen? Deze vragen zijn bedoeld als prikkel om mensen in beweging te krijgen om iets voor hun straat, buurt of wijk te betekenen. De bewoners krijgen ook de gelegenheid om hun indruk over de buurt te geven; wat kan beter of moet anders, hoe is het met de leefbaarheid of veiligheid gesteld?
De interviewers maken gebruik van een vragenlijst, zoals De Roombekerschat, een vragenlijst die in Enschede Roombeek wordt gebruikt.
Uiteindelijk komen de talenten, capaciteiten en mogelijk al een aanbod voor de buurt terecht in een Schatkist. De resultaten worden tijdens een, meestal feestelijke, buurtbijeenkomst gepresenteerd. Naast de talenten geven de bevindingen eveneens een beeld van hoe de bewoners hun straat, buurt of wijk zien. Nu is het zaak om verbindingen te leggen tussen wat bewoners kunnen en wat zij zouden willen doen voor de wijk. Door capaciteiten met elkaar te verbinden ontmoeten mensen elkaar en gaan ze relaties aan met elkaar.
 
2. Persoonlijke Toekomst Planning
Personal Futures Planning is een strategie uit de gehandicaptenzorg die vaak gebruikt wordt om vastgelopen situaties weer in beweging te krijgen. Personal Futures Planning (Planning) is een werkwijze die mensen helpt positieve veranderingen in hun leven te realiseren. Zo’n planning doet iemand niet alleen. Een van de kenmerken van Planning is dat het samen gebeurt met mensen die de persoon zelf kiest en die hem/haar dierbaar zijn.
De strategie is ontwikkeld in de Verenigde Staten door Beth Mount. Futures is uitdrukkelijk in meervoud gesteld omdat de toekomst voortdurend in beweging is en dus kan veranderen. In Nederland wordt de strategie ook toegepast bij kwetsbare ouderen zoals in Terneuzen.
 
Uitgangspunt is dat niet de zorgvraag centraal staat maar het zogenaamde belangenbehartigersperspectief: er wordt gekeken naar het totale leven van de persoon. Wie is de persoon, wat wil de persoon en hoe kunnen we daarbij helpen? Centraal in Planning staan het hebben van contact met andere mensen en de zelfsturing van de persoon waar alles om draait.
 
Werkwijze
De facilitator ondersteunt het proces en is meestal een beroepskracht, maar het kan ook een vrijwilliger zijn, mits met juiste training en feeling voor deze aanpak.
Doel van Planning is dat de faciltator in gesprek gaat met de persoon over wat voor een droom die persoon heeft, om vandaaruit iemands netwerk te vergroten. De droom, dat kan van alles zijn; een reis naar familie in Canada, muziek maken in een bandje, of zelf een keer op het toneel staan. De droom van de persoon werkt als een soort magneet om positieve energie te genereren. Daarbij betrek je anderen die door de persoon zélf zijn aangewezen. Kenmerk van deze mensen is dat ze uit eigen keuze en betrokkenheid aanwezig zijn. De persoon gaat samen met dit netwerk zoeken naar de droom en als de droom gevonden is helpt het netwerk bij de uitvoering daarvan.
In Nederland werkt Stichting De Toekomst met Planning en geeft zij ook trainingen Persoonlijke Toekomst Plannen voor beroepskrachten en vrijwilligers www.stichtingdetoekomst.nl
 
3. ABCD methode
De Asset Based Community Development, oftewel de ABCD benadering komt uit het opbouwwerk en is ontwikkeld door John McKnight, die als hoogleraar is verbonden aan de Northwestern University in Chicago. McKnight begon zijn werk in de zeer verpauperde wijken van Chicago. Hij merkte dat de hulpverleningsaanpak vastliep en de afhankelijkheid van mensen juist groter werd. Daarop ontwikkelde hij de ABCD-werkwijze. Kernprincipes zijn het kijken naar de mogelijkheden en bronnen in een buurt (van individueel tot organisaties) en het activeren van eigen krachten van buurtbewoners. Het uitsluiten van (groepen) mensen zuigt energie weg, verslechtert de sfeer en werkt negatief op de hele buurt. Dus iedereen wordt aangesproken en in principe doet iedereen mee. Via het in kaart brengen en mobiliseren van talenten en vaardigheden wordt van binnenuit gewerkt aan economisch, cultureel en in sociaal opzicht vitale buurten.
Het Kenniscentrum Grote Steden heeft in opdracht van de G21 (een samenwerkingsverband tussen 21 grote steden van de wereld) het onderzoek Werkt de ABCD aanpak in Nederland? laten uitvoeren. Uit dit onderzoek blijkt onder andere dat de ABCD methode overeenkomsten heeft met het wijkgericht werken waarin bewonersparticipatie in beleidsvorming- en uitvoering een belangrijke rol spelen. De methode sluit ook aan bij de nieuwe rol van de overheid als ondersteuner van processen die door de burgers en organisaties in gang worden gezet.
 
 
4. Talentenjacht
Talentenjacht is een driejarig project waarin Stichting Welzijn De Bries samenwerkt met de Stichting Talent. Het project wordt gefinancierd door de Provincie Gelderland en de gemeente Renkum. Het project loopt sinds 2005 en wordt uitgevoerd door twee beroepskrachten.
Doel van het project is om mensen die sociaal geïsoleerd zijn of anderszins niet goed meekomen weer in de samenleving te betrekken; iemand moet weer een sociaal netwerk krijgen. Sociale activering staat voorop en dit gebeurt door invulling te geven aan dagbesteding door (een combinatie van) activiteiten, of door vrijwilligerswerk of scholing te bieden. De doelgroep bestaat officieel uit Niet Uitkerings Gerechtigden (NUG-gers); dit is een subsidie-eis. Het bleek echter onmogelijk om alle uitkeringsgerechtigden te weigeren. De doelgroep omvat zowel ouderen als jongeren, individuen en gezinnen.
De essentie van de aanpak is dat wanneer mensen op hun gezonde, vitale deel worden aangesproken de levenslust terugkomt. Hoewel alle cliënten problemen hebben is het de ervaring dat deze gerelativeerd worden wanneer iemands sterke kant weer geactiveerd wordt. Ook al mankeert iemand nog zo veel, er zijn altijd nog dingen die wel lukken en waar je ook voor een ander iets mee kunt betekenen. Hierdoor worden er vaak ook automatisch verbindingen met andere mensen aangegaan en dat werkt ook weer versterkend.
De methodiek is uniek in zijn soort en door de beroepskrachten van Stichting De Bries en Stichting Talent ontwikkeld. De methodiek draagt elementen in zich van de Schatkistmethode. Een van de beroepskrachten vind het een voorwaarde dat de begeleider van het project uit het dorp zelf komt of er al langer woont.
 
 
5. Huiskamergesprekken
Huiskamergesprekken zijn kleinschalige bijeenkomsten in een open, informele sfeer, vaak bij iemand thuis. Het initiatief ligt bij organisaties zoals zorg- en welzijnsinstellingen of lokale partijen. Huiskamergesprekken worden ingezet als instrument voor wijkopbouw, buurtbemiddeling, voorlichtingbijeenkomsten, en als vernieuwende vorm van burenhulp. De drempel om aan de gesprekken deel te nemen is laag. Doel is dat bewoners elkaar leren kennen, praten over thema’s die in de buurt spelen of hoe zij het leven in de buurt of wijk ervaren.
 
In Zwolle startten de Stichting Welzijn Ouderen Zwolle en de Vrijwilligerscentrale Zwolle in januari 2007 het project Ha Buurman!Ha Buurvrouw! Uitgangspunt is om vernieuwende vormen van vrijwilligerswerk en burenhulp op het gebied van zorg op te sporen en te stimuleren in verschillende wijken van Zwolle. Er zijn hierbij drie methodieken ingezet:
  • Huiskamergesprek
  • activerende enquête
  • opzetten van een Trefpunt
 


Kernelementen, leervragen, dilemma's

Wat zijn gemeenschappelijke elementen in de methodieken en casussen sociaal makelen voor kwetsbare ouderen? Wat valt er te leren van projecten sociaal makelen en welke vragen blijven nog onbeantwoord?
 
Dit is waarschijnlijk het meest centrale en aansprekende punt. Kwetsbare ouderen zijn niet alleen een vragende partij, zij worden ook aangesproken op hun kwaliteiten. Van hen wordt evenzogoed gevraagd om een wat meer actieve rol te spelen. Met wederkerigheid wordt door de win-win situatie een bepaald systeem gecontinueerd; beide partners hebben er immers belang bij. Ook roept wederkerigheid een gevoel ‘van betekenis zijn’ in iemand wakker waarmee nieuwe energie wordt aangeboord en problemen naar de achtergrond kunnen verdwijnen.
Deze ambitie wordt in de beschreven methodieken en casussen de ene keer meer uitgewerkt dan de andere keer. Maar toch lijkt wederkerigheid de sleutel voor succes van sociaal makelen.
 
Vrijwel alle beschreven methodieken en casussen hebben een positieve insteek: talenten en dromen van mensen zijn het uitgangspunt. Wat iemand wil doen of bereiken, dat staat centraal. Zijn er beperkingen, dan wordt gekeken hoe die zoveel mogelijk gecompenseerd kunnen worden door de mogelijkheden die er wel zijn. Deze strategie is niet voor niets gekozen: aangesproken worden op wat iemand goed kan, nog kan of graag wilt brengt mensen in beweging. Vanuit die sterke positie zijn zij ook sneller geneigd om met anderen verbindingen aan te gaan. En door het goede naar boven te brengen verdwijnen problemen naar de achtergrond.
 
Soms is een droom niet haalbaar, zoals blijkt uit de praktijk bij het toepassen van Personal Futures Planning. In dat geval kan gezocht worden naar een situatie die de droom benaderd. De ervaring leert dat het 't beste werkt om niet iemands droom af te pakken omdat dat alle energie wegneemt.
 
Wanneer kwetsbare ouderen sociale relaties aangaan is het goed dat zij, weliswaar met hulp van anderen, zelf initiatieven en beslissingen (leren) nemen. Zelf aan het roer staan van je leven brengt empowerment teweeg en over het algemeen zorgt dat ervoor dat mensen meer plezier in hun leven ervaren, meer zelfvertrouwen krijgen en dat ook uitstralen naar anderen.
In een van de drie leerwerkkringen kwam naar voren dat ouderen niet altijd vanuit een actieve rol tot sociale verbindingen komen. Het project Een Luisterend Oor van Stichting Welzijn Ouderen Kampen is ondermeer gebaseerd op de Presentietheorie van Andries Baart en de Levensloopbenadering van Piet Houben .
 
De opdracht van vrijwilligers die huisbezoeken afleggen bij kwetsbare ouderen, is niet te streven naar oplossingen of veranderingen. Vooral bij de oudste ouderen is niet ieder probleem op te lossen, ook niet met sociaal makelen. Zoals een slechte gezondheid of het verlies van dierbaren die onvervangbaar zijn. Doel van de zes gesprekken die getrainde vrijwilligers hebben met een oudere is dat zij in de gelegenheid worden gesteld om zich te uiten wat hen ten diepste bezig houdt. Door het praten hierover en serieus te worden genomen door de gesprekspartner is het voor ouderen soms mogelijk om hun verlies of verdriet te accepteren. Daardoor kan er meer ruimte komen voor nieuwe energie, en voor het herkrijgen van eigen regie. In tweede instantie kan daarom, alsnog, bij sommige ouderen weer de behoefte ontstaan voor sociale contacten.
 
‘Grenzen aan de eigen regie’ was ook een van de leervragen die tijdens de leerwerkkringen zijn gesteld. Werkend vanuit een methodiek waarbij de eigen regie uitgangspunt is en de beroepskracht een zekere distantie moet bewaren, kan dilemma’s opleveren. Wat te doen bij acute situaties die zich voordoen bij kwetsbare ouderen, zoals bijvoorbeeld ten gevolge van de ziekte van Alzheimer? Ouderen (en hun mantelzorgers) doen een beroep op de professionaliteit en zelf weet deze ook hoe hulp te bieden in een crisissituatie. In Terneuzen/ Sas van Gent heeft men ervoor gekozen om in crisissituaties tijdelijk in te grijpen en zo de benodigde zorg en ondersteuning te regelen.
 
De besproken methodieken en projecten sociaal makelen zijn vaak bedoeld voor alle doel- en leeftijdsgroepen: buurtbewoners, van jong tot oud, kwetsbaar of juist vitaal en weerbaar, allochtoon en autochtoon. Kwetsbare ouderen maken hoe dan ook deel uit van deze projecten. Soms staan zij centraal. Maar ook dan is het uitgangspunt, verbindingen te leggen daar waar raakvlakken zijn. En dat kan bijvoorbeeld ook met jongeren zijn.
 
De schaal waarop het leggen van verbindingen tussen kwetsbare ouderen en anderen het beste lijkt te werken is de buurt of de wijk. ‘De buurt biedt een sociale infrastructuur voor gezelligheid maar ook bij nood (uit: Vertrouwen in de buurt). Kanttekening hierbij is dat buurten en wijken qua karakter erg kunnen verschillen. Hoe sterk de geneigdheid is om iets voor en met de buurt te willen doen heeft te maken met het type mensen dat daar woont en de waarden en normen die zij delen. Bureau Motivaction ontwikkelde vier burgerschapsstijlen:
  1. afhankelijk
  2. afzijdig
  3. afwachtend
  4. actief
 
Afhankelijke en afzijdige burgers concentreren zich meer op hun directe buurt dan afwachtende en actieve burgers (uit: Vertrouwen in de buurt, WRR,2005).
Toch blijft het een discussiepunt of het altijd werkt om mensen die bij elkaar in de buurt wonen met elkaar in contact te brengen. Daar is nog geen eenduidig antwoord op. Enkele projecten benoemen sociale controle juist positief omdat mensen van elkaar moeten weten wat er speelt, want dat is een voorwaarde om elkaar te kunnen helpen.
Het kan sommige mensen vertrouwen geven wanneer zij elkaar van gezicht kennen. Voor anderen kan het drempels verhogen omdat zij dan hun mogelijke problemen of kwetsbaarheid moeten tonen. Sommigen hebben geen zin in geroddel of willen bij voorkeur in anonimiteit in hun buurt wonen en voorkomen dat er een beroep op hen wordt gedaan.
 
Ook is de buurt niet altijd een vanzelfsprekende omgeving waar mensen hun netwerk hebben. Er zijn altijd bewoners die buiten de buurt of stad werken en daar een belangrijk deel van hun netwerk hebben. Mensen gaan ook sociale netwerken aan via internet. En dan is er nog de groep ouderen die door hun kinderen uit de buurt getrokken wordt, bijvoorbeeld naar de school van hun kleinkinderen. En niet naar de school in de eigen buurt. Zij leven in twee werelden en zijn daardoor niet meer helemaal aan hun eigen buurt gebonden.
Sociaal makelen op buurtniveau brengt ook nog een ander risico met zich mee. Het kan lastig zijn om verbindingen te leggen met andere buurten en wijken of andere gemeenten wanneer deze niet volgens dezelfde uitgangspunten werken. Werken vanuit basisprincipes van sociaal makelen zoals zelfsturing is lastig vol te houden wanneer, zoals bij een spreekuur ouderenadvisering, de betrokkenheid van een instelling buiten de wijk of gemeente nodig is die niet volgens dit principe werkt.
 
F. Verduurzaming samenwerking professionals vrijwilligers
In vrijwel alle besproken methodieken en projecten werken beroepskrachten en vrijwilligers met elkaar samen. Vaak heeft de beroepskracht een initiërende en aansturende rol bij de eerste te zetten stappen in een project.
 
Na verloop van tijd wordt het leggen en onderhouden van contacten of opzetten van activiteiten op buurtniveau aan de buurtbewoners en vrijwilligers overgelaten. Of aan de kring van mensen die rond een persoon is ontstaan. Een andere reden om dat te doen is dat in individuele trajecten het risico bestaat dat sommige cliënten te afhankelijk worden of blijven van de beroepskracht.
In de leerwerkkring kwam naar voren dat wanneer er een sociaal netwerk rond een cliënt ontstaat en de beroepskracht zich terugtrekt, deze na verloop van tijd geen zicht meer heeft op de voortgang. Terwijl de beroepskracht zelf én de opdrachtgever graag willen hoeveel (blijvende) contacten er zijn gelegd.
 
Ook over de rolverdeling en afstemming van taken tussen beroepskrachten en vrijwilligers zijn er in de leerwerkkringen vragen gesteld. Er is soms sprake van een spanningsveld. Dat blijkt uit de ervaring met de methodiek de Schatmeesters in Enschede. Deze methodiek is een logisch vervolg op de Roombekerschat en bedoeld om informele zorg te versterken. Kern is dat 10 buurtbewoners worden opgeleid om als buurtregisseur de regie te kunnen voeren ten aanzien van de leefgebieden sociaal netwerk en tijdsbesteding in de eigen leef- en woonomgeving. (http://www.deschatmeesters.nl/ (site in ontwikkeling). De ervaring is dat professionals moeilijk kunnen loslaten en vrijwilligers moeilijk kunnen vastpakken. Zo vinden bewoners het vaak lastig om zelf voorstellen te doen, om zelf te bepalen hoe of wat er moet gebeuren. Wanneer ze dan uiteindelijk de smaak te pakken hebben en hun plannen gefaciliteerd willen zien, dan haakt de professional nogal eens af. ‘Gevangen in een keurslijf van systeemdenken en –doen en aan eigen regels gebonden missen zij flexibiliteit om snel en daadkrachtig buurtbewoners te faciliteren’.
 
Profielschetsen
Een andere vraag uit de leerwerkkring was of er bijvoorbeeld profielen beschikbaar zijn op basis waarvan beroepskrachten en vrijwilligers met elkaar samenwerken. We presenteren hierbij de profielschetsen voor beroepskrachten en vrijwilligers uit de methodiek De Schatmeesters. (overgenomen uit: Methodiekbeschrijving De Schatmeesters, Ben Koenen, Enschede, april 2007)
 
In aanvulling op de functiespecifieke competenties beschrijft De Schatmeesters een aantal algemene competenties voor de beroepskrachten:
  • hebben een outreachende onorthodoxe werkhouding en vaardigheden;
  • zijn bereid om over elkaars schutting te kijken en zo te komen tot een beter product; 
  • beschikken over vaardigheden om zaken bottom up te ontwikkelen; 
  • zijn aanvullend en niet invullend naar bewoners toe; 
  • laten zich leiden door de bewonersagenda en niet door de eigen of instellingsagenda; 
  • verstaan de kunst van het aansluiten bij het alledaagse, het geleefde leven in de buurt; 
  • zijn gericht op empowerment van bewoners; 
  • zijn resultaatgericht.
 

 

Â