Zoek
Over Wmo-Werkplaats Kenniskringen Praktijkprojecten Actueel Betrokkenen Wmo-info

Uitval en terugval in de Schuldhulpverlening

Als gevolg van de economische crisis krijgen steeds meer burgers te maken met inkomensterugval. Ook de vraag naar schuldhulpverlening neemt toe. Het gaat dan zowel om minnelijke trajecten als om WSNP-trajecten. Deze toename wordt deels veroorzaakt doordat huishoudens minder snel verwachten dat zij zelf hun financiële problemen kunnen oplossen en eerder naar de daartoe aangewezen instanties zullen gaan om hulp te vragen (Vroonhof, Westhof en Bleeker 2009: 16). Het blijkt voor veel mensen in de schuldhulpverlening niet makkelijk om het traject succesvol af te ronden of om op langere termijn schuldenvrij te blijven. Uit landelijk onderzoek naar huishoudens met risicovolle schulden uit 2007 blijkt dat bijna een derde van deze huishoudens in het verleden ook al te kampen had met betalingsachterstanden – aanzienlijk vaker dan huishoudens zonder risicovolle schulden. Ruim een kwart hiervan genoot professionele hulp bij het oplossen ervan (Serail en Von Bergh 2007: 30-32). Terugval en uitval in de schuldhulpverlening en de neveneffecten hiervan (zoals huisuitzettingen, afsluitingen, eventuele andere hulpverlening) brengen hoge maatschappelijke kosten met zich mee. Schuldhulpverleners krijgen enerzijds te maken met een toenemende vraag van klanten, en anderzijds met bezuinigingen in de sociale sector. 

Gezien deze ontwikkelingen wil de Kredietbank Utrecht werkwijzen ontwerpen die effectief, doelmatig en kostenbesparend zijn. Hiertoe wil zij zicht krijgen op mensen die in de loop van het schuldhulpverleningstraject uitvallen om zich later weer opnieuw te melden met schulden, en degenen die een schuldhulpverleningstraject succesvol afronden maar na verloop van (soms betrekkelijk korte) tijd weer opnieuw schulden opbouwen.

In dit projectvoorstel betreft een praktijkgericht onderzoek naar de profielen van uitvallers en terugvallers onder cliënten van de Utrechtse Kredietbank. Dit maakt deel uit van een onderzoeksproject in het kader van de WMO-werkplaats van het Kenniscentrum Sociale Innovatie van de Hogeschool Utrecht. Op basis van het onderzoek naar deze complexe klantengroep zal vervolgens een aanbod voor deskundigheidsbevordering worden ontwikkeld.

Kredietbank Utrecht
In 2008 maakten enkelen duizenden Utrechters gebruik van een vorm van schuldhulpverlening of budgetbeheer (DMO 2008)[1]. Een van de aanbieders van schuldhulpverlening is de Kredietbank (onderdeel van SoZaWe, Gemeente Utrecht). De Kredietbank wil klanten goede hulp bieden, maatwerk leveren en kostenbewust werken. De Kredietbank kent twee hulpverleningstrajecten: een WSNP-traject en een vrijwillige schuldhulpverlening. In dit laatste traject zijn zo’n 800 mensen opgenomen. Het traject is vrijwillig, maar niet vrijblijvend: cliënten dienen een budgetcursus te volgen en worden door het Maatschappelijk Werk begeleid. Ze tekenen bij aanvang een contract, waarin deze en andere voorwaarden (zoals: verkopen van auto) zijn opgenomen. Wanneer deze afspraken niet worden nageleefd, kan de schuldhulpverlening door de Kredietbank worden beeindigd. Ook kan de cliënt zelf het traject voortijdig beeindigen. De omvang van deze groep (de uitvallers) is onbekend, en evenmin zijn er gegevens over de groep die zich enige tijd na afronding van het traject weer met schulden meldt (de terugvallers). Uit recent evaluatieonderzoek van het Utrechtse project Voorkom Huisuitzetting door huurschuld blijkt echter dat 80% van de klanten met huurschulden die via woningcorporaties bij dit project worden aangemeld, in het verleden ook bij de Kredietbank in beeld zijn geweest en daar vermoedelijk weer uit beeld zijn geraakt (Faber en Van Breugel, 2010). Er is een duidelijke overlap in doelgroepen van de Kredietbank Utrecht en het project Voorkom Huisuitzetting. Het lijkt daarbij met name om ‘draaideurklanten’ te gaan.

De effectiviteit en doelmatigheid van de hulpverlening kan wellicht worden verhoogd door het aantal ‘draaideurklanten’ in de vrijwillige schuldhulpverlening terug te dringen. Als klanten afhaken of terugvallen, is dat zowel voor henzelf ontmoedigend als voor de medewerkers die hen begeleiden. Ook vanuit het oogpunt van bedrijfsvoering is het inefficiënt: het leidt tot verspilling van tijd en geld. Een deel van de uitvallers komt vermoedelijk later weer bij andere instanties in beeld. De Gemeente Utrecht, waar de Kredietbank deel van uitmaakt, voorziet overigens dat een deel van de schuldenaren langdurig of blijvend afhankelijk zal zijn van schuldhulpverlening/budgettering. Voor deze groep zal een adequaat aanbod moeten worden geformuleerd. Daarnaast is het ook van belang om de aandacht te richten op preventie: om mogelijkheden te zoeken om – met name de klanten die dreigen af te haken of uit te vallen - binnenboord te houden en zo te voorkomen dat hun schulden escaleren in een dreigende huisuitzetting. Het onderzoek kent dan ook twee onderdelen: in de eerste onderzoeksfase wordt het profiel van klanten opgesteld, de tweede onderzoeksfase richt zich op de professionele toerusting om deze klanten te begeleiden en zal uitmonden in een aanbod voor deskundigheidsbevordering.

Onderzoeksdoelstelling en onderzoeksvraag
Om het aantal uitvallers terug te kunnen dringen, is het van belang om te weten wie deze klanten zijn. Wat zijn hun kenmerken en wat is hun perspectief? Waarom haken ze af of vallen ze terug? Wat hebben deze klanten nodig om recidive te voorkomen? De onderzoeksvraag luidt:

Wat zijn de profielen van klanten die herhaaldelijk deelnemen aan vrijwillige schuldhulpverleningstrajecten van de Kredietbank Utrecht?

De onderzoeksdoelstelling is inzicht krijgen in de profielen van cliënten die uitvallen, zodat de werkwijze van de Kredietbank beter op de kenmerken, wensen en behoeften van deze doelgroep kan worden aangepast.

 

Onderzoeksmethodiek
De onderzoeksgroep bestaat uit cliënten van de Kredietbank die recent (in 2009 of 2010) zijn uitgevallen en cliënten die deelnemen aan het project Voorkom Uithuiszetting en die eerder bij de Kredietbank een schuldhpverleningstraject hebben doorlopen. Ook zullen sleutelinformanten – medewerkers van de Kredietbank en project Voorkom Huisuitzetting – worden geïnterviewd.

Dataverzameling
Aan de hand van interviews met uitvallers, terugvallers en sleutelinformanten wordt een profielschets opgesteld.  Hierbij zal ook gebruik worden gemaakt van bestaand materiaal (jaarverslagen en andere documenten en dossiers van de Kredietbank).  Waar mogelijk wordt aansluiting gezocht bij bestaand onderzoek, zoals dat naar uitvallers uit de integrale schuldhulpverlening (Jungmann, 2002) en naar uitval onder cliënten van het Bureau Schuldhulpverlening in Dordrecht (Schiff en Weide, 2006).

Gaande het onderzoekstraject zal er een focusgroep-bijeenkomst worden georganiseerd met medewerkers van de Kredietbank. Aan hen zal een voorlopige profielschets worden voorgelegd. Op basis hiervan kan deze worden bijgesteld en zullen de mogelijkheden van een bijscholings- of trainingsaanbod worden besproken (ter voorbereiding van de 2e onderzoeksfase).

 

Werving uitvallers en afvallers
Het streven is om zoveel mogelijk recente uitvallers en terugvallers in het onderzoek te betrekken. Het is onbekend hoeveel mensen het betreft. Bij een voldoende omvang van de onderzoeksgroep zal aan iedereen een vragenlijst worden voorgelegd (mogelijk telefonisch) en zal een deel worden geinterviewd. Naar aanleiding van inventarisatie van de beschikbare gegevens (omvang onderzoeksgroep, mogelijkheid tot dossieranalyse, inschatting nonrespons) zal het onderzoeksdesign verder worden ingevuld, rekening houdend met de beperkte looptijd en onderzoeksbudget.

Geïnterviewde respondenten ontvangen €15 als blijk van dank voor hun medewerking. Respondenten worden via twee sporen benaderd om mee te werken aan het onderzoek: via de Kredietbank en via het Project Voorkom Huisuitzetting. 

Resultaten
Eind november 2010 worden de onderzoeksresultaten gepresenteerd op een Kick Off bijeenkomst aan de Hogeschool Utrecht. Deze bijeenkomst luidt de start van de 2e fase in: aan de hand van de klantprofielen wordt met medewerkers van de Kredietbank besproken welke vormen van deskundigheidsbevordering gewenst en mogelijk zijn.

 

Projectleider: Catelijne Akkermans

Kenniskring Signalering en Interventie

 

Geraadpleegde literatuur:

Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling (2008) Armoedemonitor 2008. Armoede en het bereik van de financiele regelingen in de gemeente Utrecht. Utrecht: Bestuursinformatie, Gemeente Utrecht.

Bergeijk, J. van (2009) Rapportage: naar een duurzame financiële hulpverlening voor de OGGZ-doelgroep. Utrecht: Gemeente Utrecht, DMO (welzijnszaken) & GG&GD (afdeling MGZ).

Faber, L. en A. van Breugel (2010). Resultaat door duidelijkheid en het stellen van grenzen. Onderzoeksverslag evaluatie project Voorkom Huisuitzetting door huurschuld. IENB. 

Jungmann, N. (2002). Niet alle uitvallers zijn afvallers! Een onderzoek naar uitval in de integrale schuldhulpverlening. Landelijk Platform Integrale Schuldhulpverlening, Utrecht.

Serail, T. en Bergh, M. von (2007) Huishoudens met risicovolle schulden. Tilburg: IVA.

Schiff, J.M. en M.G.Weide (2006) Schuldhulpverlening op maat bij reïntegratie. De ontwikkeling en evaluatie van een signaleringsinstrument. Tussenrapportage. Dordrecht: Sociaal Geografisch Bureau. Bureau voor beleidsonderzoek en statistiek van Dordrecht.

Vroonhof, P., F.Westhof en D. Bleeker (2009) Monitor Betalingsachterstanden. Meting 2009. Zoetermeer: EIM.

[1] Gegevens afkomstig uit de Armoedemonitor van de  gemeente Utrecht over 2008. De monitor over 2009 wordt in het najaar van 2010 verwacht.

Â