Na de invoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) zijn er in alle gemeenten Wmo-raden of -platforms opgericht. In deze raden zitten vertegenwoordigers van de gebruikers van de Wmo en hun belangenorganisaties. De kenniskring Zeggenschap, Monitoring en Beleidsontwikkeling van het project Wmo-werkplaats Utrecht richt zich middels het praktijkproject ‘Wmo-Monitor Cliëntenbelang’ op het ontwikkelen en implementeren van een Wmo Monitor vanuit (lokaal) gebruikersperspectief.
Uitvoering van de Wmo in Utrechtse gemeenten
Om inzicht te verkrijgen in de belangen van gebruikers, heeft Cliëntenbelang Utrecht het Kenniscentrum Sociale Innovatie gevraagd om een instrument te ontwikkelen dat op gestructureerde wijze de ervaringen van de cliënten in beeld brengt. Doel van dit instrument is om gegevens te verzamelen over de uitvoering van de Wmo. Hiermee wil Cliëntenbelang onder meer zicht krijgen op de wijze waarop de gemeenten het compensatiebeginsel toepassen in het licht van de kanteling. Daarbij worden ook de effecten op cliënten meegenomen. Ook wil Cliëntenbelang weten welke intergemeentelijke verschillen er zijn in de uitvoering van de wet en wat daarvan de impact is. Uiteindelijk wil zij de resultaten van het onderzoek gebruiken om gerichte aanbevelingen te doen per gemeente.
Ontwikkeling van monitor in drie fasen
Het instrument moet de vorm krijgen van een monitor. Middels wetenschappelijk praktijk- en ontwerpgericht onderzoek wordt een instrument ontwikkeld waarmee kwalitatieve analyses mogelijk worden gemaakt. Het doel van praktijkgericht onderzoek is onder meer het ondersteunen van praktische beslissingen en beleidsbijstellingen.
Om tot een goede monitor te komen, kiezen we voor een traject in drie fasen:
· Inventarisatiefase
In deze fase wordt allereerst door middel van een literatuuronderzoek nagegaan welke monitorinstrumenten er al zijn en welke gegevens door gemeentes verzameld worden. Het is van belang geen gegevens dubbel te verzamelen. Het nieuwe instrument dient aanvullend te zijn. In de projectgroep projectverband geïnventariseerd waar prioriteiten liggen ten aanzien van het gebruikersperspectief en de Wmo. De projectgroep bestaat uit vertegenwoordigers van de drie gemeentes en Wmo-raden die bij het project betrokken zijn, medewerkers van CliëntenBelang Utrecht en onderzoekers/ontwikkelaars van het Kenniscentrum Sociale Innovatie. Op basis van de inventarisatie ontstaat inzicht in de onderwerpen die van belang zijn, en kunnen clusters en indicatoren ontwikkeld worden. Daarnaast worden gegevens verzameld bij de Gemeenten en Cliëntenbelang via de methode van cliëntpanels. Hiervoor wordt per gemeente een panelgesprek georganiseerd onder begeleiding van de projectgroep. Per cliëntpanel zullen tussen 10 en 20 gebruikers uitgenodigd worden.
· Ontwerpfase
In de ontwerpfase wordt het instrument zelf ontwikkeld. Het ontwerp bevat de volgende onderdelen:
a. Items die op geleide van de clusters en indicatoren in het instrument worden opgenomen
b. Werkwijzen m.b.t. informatieverzameling (vragenlijst en interview)
c. Werkwijzen m.b.t. informatieverwerking en rapportage (analyseplan)
· Testfase
In de testfase wordt het instrument in 3 gemeentes uitgeprobeerd. De resultaten hiervan worden verwerkt in de uiteindelijke versie van het instrument.
Er zullen verschillende manieren van gegevensverzameling uitgeprobeerd worden:
(a) via een internetapplicatie
(b) via gestructureerde interviews
Per gemeente worden per methode bij minimaal 25 burgers gegevens verzameld.
Gebruikers worden steekproefgewijs op de volgende manieren benaderd:
- via het Wmo-loket
- via Wmo-meldpunten
- via hulpverleners
Samenwerking
Dit project valt onder Wmo-Werkplaats Utrecht en in het bijzonder kenniskring Monitoring, Lokale Beleidsontwikkeling en Zeggenschap. We werken in dit project samen met CliëntenBelang Utrecht en lokale WMO-raden.
Projectleider: Simona Karbouniaris
Kenniskring: Monitoring, Lokale Beleidsontwikkeling en Zeggenschap